{{ showmenu }}

Nico Leek

Bestrijden van illegaal hout

Het bestrijden van de import van illegaal hout is nog steeds actueel. Dat geeft ook aan hoe ingewikkeld het is om dit probleem aan te pakken, met name als het gaat om tropisch hardhout.

Ik wil dit illustreren aan de hand van een project dat ik in 2013 voor PUM Netherlands senior experts uitvoerde in Peru. Het betrof een aanvraag voor advies hoe het zagerij afval van een aantal houtzagerijen in het Amazone gebied gelegen Pucallpa te verwerken. Er bleken goede kansen aanwezig voor het opzetten van een spaanplaat fabriek en/of voor het opwekken van elektriciteit bij de lokale energie maatschappij.

Mijn tolk, een Amerikaan getrouwd met een Peruaanse, had in Pucallpa een houtzagerij gerund en was zeer goed op de hoogte van de wijze waarop de bosexploitatie in de regio plaatsvond. Van hem kreeg ik informatie over de situatie rondom illegaal hout. Concessiehouders betalen een gering bedrag per ha aan de overheid. Zij moeten voor de aanvraag van een concessie een managementplan indienen, waarin opgenomen het oogstplan, de aanleg van wegen en eventueel verjongingsmaatregelen.

Er is sprake van illegaal hout indien deze bedrijven hout oogsten buiten hun eigen concessiegebied of dat zij hout kopen uit illegale oogstoperaties. Om het illegaal gekapte hout wit te wassen kopen zij de benodigde formulieren op de zwarte markt bij bedrijven die daarin zeer professioneel te werk gaan.

Tijdens mijn aanwezigheid haalde een Peruaanse officier van justitie de New York Times. Hij was het bos ingegaan met het leger en had een illegaal kamp met houtkappers ontmanteld. Dat illustreert hoe gevaarlijk het is om illegale activiteiten op te sporen. Men moet echt lef hebben om dit soort activiteiten aan te pakken.

Ook van de inheemse bevolking, die vaak bij het oogstwerk wordt ingeschakeld, kan niet verwacht worden dat zij aan de bel trekken. Zij worden slecht betaald en bij protesten volgt ontslag. In Pucallpa waren geen lokale NGO’s aanwezig, waar wel behoefte aan is. De noodzaak werd gevoeld dat ook WWF en Greenpeace hier actief zouden moeten zijn.

Eenmaal witgewassen komt het hout als legaal uit de zagerijen en gaat voor export op transport naar de haven van Lima. De overheid heft vervolgens een canon per m3 gezaagd hout dat wordt geëxporteerd. De Peruaanse overheid ontvangt dus zijn belastingen en is daarmee niet echt gemotiveerd om de witwaspraktijken tegen te gaan. Daar komt bij dat de concessiebedrijven aanzienlijke invloed hebben in het politieke circuit.

Er zijn mensen in Peru die weten dat het systeem verrot is en de situatie willen verbeteren, maar niet weten hoe dat moet gebeuren.

Mijn ervaringen in Peru hebben mij geleerd dat illegaliteit alleen door boscertificering kan worden tegengegaan. De witwaspraktijken zijn daar zo geraffineerd dat het voor de NVWA bijna onmogelijk is om er achter te  komen dat illegaal hout uit Peru wordt geïmporteerd. Dat wordt ook nog eens gefaciliteerd door de Peruaanse overheid, die op export hout haar heffingen binnenkrijgt, en dus niet echt gemotiveerd is om de bronnen na te gaan. De enige manier om dit soort praktijken tegen te gaan is het certificeren van het regenwoud en de zagerijen middels FSC of PEFC.

Boscertificering en CoC certificering zijn een stevig concept om het regenwoud beter te beschermen en illegaal hout te weren. Beide certificaten hebben wereldwijd erkenning en worden in de uitvoering ter plekke onafhankelijk door derden gecontroleerd. De certificaten van FSC en PEFC geven bovendien versnelde toegang tot de Noord-Amerikaanse en Europese markten.